De kunst van het alleen zijn

Wanneer had u voor het laatst het gevoel dat u echt helemaal alleen was?

Het is gezond om even alleen te zijn. Maar dat valt niet mee nu vrienden dankzij onze mobiele telefoon altijd binnen handbereik zijn. Journalist Gijs van der Sanden onderzocht de kunst van het alleen-zijn.

Die ochtend bracht ik mijn vriendin naar het busstation van waaruit ze zou terugkeren naar de bewoonde wereld. We omhelsden elkaar en even later zag ik hoe de bus langzaam verdween, de groene heuvels in.

Terug in het hutje – waar we een uur daarvoor nog de slappe lach hadden gehad – ging ik op bed liggen. Buiten tsjilpten vogels. De kraan in de badkamer druppelde. Er bekroop me een gevoel van ongemak dat ik niet direct kon plaatsen. Ik had eigenlijk geen idee wat ik met de resterende tijd moest doen. Ik had meer dan genoeg tempels, lokale markten en watervallen gezien. Mijn boeken waren uit, en ik had geen zin om aan nog een boek te beginnen. Uit automatisme pakte ik mijn telefoon om te kijken of ik nieuwe berichten had, maar de wifi deed het voor de zoveelste keer niet. Het thuisfront was vanwege het tijdsverschil trouwens ook nog lang niet wakker.

Ik staarde naar het plafond, waar de ventilator zwoegend en krakend cirkels draaide.

Toen overviel het me. Er was geen ontsnappen aan. Ik was volstrekt alleen. En in tegenstelling tot een paar weken geleden, toen ik het nog heerlijk had gevonden om in mijn eentje op reis te zijn, lukte het me ineens niet meer om dat gevoel van afzondering te omarmen.

Ik liep naar buiten om doelloos naar de tropische tuin te turen die het hutje omringde. Was ik eigenlijk wel écht alleen geweest deze reis? Ik had in bijna elke plaats die ik aandeed medereizigers ontmoet. En op momenten dat ik niet omringd was door mensen, was ik via Whatsapp, Facebook en Instagram op gezette tijden in contact geweest met mijn vrienden en familie.

Hypersociaal

Het valt niet mee: écht tijd doorbrengen met jezelf. Niet alleen omdat het in onze hypersociale, drukke levens praktisch gezien erg lastig is geworden om je af te zonderen (wanneer had u voor het laatst het gevoel dat u helemaal alleen was?), maar ook omdat de meeste mensen het gewoonweg niet prettig vinden: alleen zijn met niets anders dan hun eigen gedachten.

Hoe onplezierig we dat precies vinden, laat een onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Timothy Wilson van de University of Virginia zien – in 2014 gepubliceerd in het vakblad Science. Een groot gedeelte van zijn proefpersonen hield het niet vol om 6 tot 15 minuten helemaal niets te doen. Ze kregen de mogelijkheid om zichzelf onschuldige, maar evengoed onprettige stroomstootjes toe te dienen om het nietsdoen te doorbreken. Veel deelnemers deden dat. Kennelijk hebben we nog liever pijn dan alleen te zijn met onze zielenroerselen.

Begin klein. ga in bad, in plaats van onder de douche. dat duurt langer en is stiller

,,Terwijl juist die momenten dat je even helemaal alleen bent met jezelf je waardevolle inzichten kunnen opleveren”, zegt de Noorse filosoof Lars Svendsen via een skypeverbinding. Hij publiceerde begin dit jaar het boek The Philosophy of Loneliness (De filosofie van de eenzaamheid) waarin hij de facetten van alleen-zijn onderzoekt. Zijn opvallende conclusie: tegenwoordig voelen veel mensen zich eenzaam doordat ze juist te véél tijd doorbrengen met anderen.

,,Vroeger waren er op een dag talloze momenten waarop je even op jezelf en je eigen gedachten was aangewezen”, zegt hij. ,,Als je op de bus stond te wachten, bijvoorbeeld. Nu pak je automatisch je smartphone en vul je die momenten op met contact.” Maar niet alleen de smartphone is volgens Svendsen de boosdoener. ,,We plannen onze agenda’s vol met afspraken. Júíst omdat we zo hypersociaal zijn geworden, voelen we ons veel sneller eenzaam als contact even niet voorhanden is.”

Volgens Svendsen zegt je vermogen om alleen te zijn iets over de relatie die je met jezelf hebt. ,,Veel mensen zijn bang voor eenzaamheid als ze denken aan alleen zijn. Maar je kunt je ook sámen voelen met jezelf; dan verkeer je in je eigen gezelschap. De Engelsen hebben daar een mooi woord voor: solitude. Het is dat gevoel dat je hebt als je bijvoorbeeld in je eentje, al mijmerend een wandeling maakt.” Dat vermogen om samen met onszelf te zijn, zijn we volgens Svendsen aan het verliezen.

Is dat erg? ,,Dat hangt ervan af hoe je je leven wilt leiden”, zegt Svendsen. ,,Met alle communicatiemiddelen die ons tegenwoordig ter beschikking staan, is het mogelijk om je hele leven door te brengen in gezelschap van anderen. Maar juist als je alleen bent, kun je jezelf belangrijke vragen stellen: wie ben ik? Wat wil ik? Waar ga ik naartoe?” Voor Svendsen is het duidelijk: wie nooit écht tijd alleen doorbrengt, loopt iets mis. ,,Een leven zonder afzondering op zijn tijd, is een oppervlakkig leven.”

Hei

Oppervlakkig. Dat klinkt alarmerend. Maar: hoe pak je het praktisch aan, tijd met jezelf doorbrengen? Voor mij als single is het betrekkelijk eenvoudig om me af te zonderen. Ik zou in theorie zo een weekend vrij kunnen plannen om met de auto naar een hutje op de hei rijden. Maar hoe doe je dat als je naast een drukke baan, ook nog een gezin hebt dat je aandacht vraagt?

Gelukkig zijn er boeken vol geschreven over de kunst van het alleen-zijn. Neem Alleen zijn – hoe doe je dat? (de titel zegt het al) van de Britse Sarah Maitland. In het boek verhaalt de schrijfster op aanstekelijke wijze over haar leven in afzondering op het dunbevolkte, woeste Isle Of Skye in Schotland, waar dagen voorbijgaan waarop de wind genadeloos tegen haar huis beukt en er in de wijde omtrek geen levende ziel te bekennen is.

Maitland erkent dat jezelf afzonderen moeilijk kan zijn: veel mensen vinden het eng of kunnen er de ruimte niet voor vinden. Maar volgens haar kan iedereen – ook de mensen met een druk gezinsleven – op gezette tijden alleen zijn. Als je het maar wilt. Ze geeft allerlei praktische tips om meer momenten van afzondering in het leven in te bouwen.

Klein beginnen, is haar devies. Zoals in bad gaan, in plaats van douchen. ‘Dat duurt langer, en omdat het stiller is, is het makkelijker om te beseffen dat je alleen bent. Probeer je bewuster te worden van momenten van alleen-zijn en hoe je je daarbij voelt’, schrijft Maitland.

Als je leert om waardevolle tijd met jezelf door te brengen, kom je volgens Maitland niet alleen beter in contact met jezelf en de wereld om je heen. Het maakt je ook creatiever en geeft je een prettig gevoel van vrijheid.

Paniek

Over die bevrijding kun je ook lezen in het vorig jaar verschenen Solitude, waarin schrijver Michael Harris pleit voor meer alleen-zijn. Hij zonderde zich voor zijn boek een week af in een hut op een onbewoond eiland in British Columbia, Canada. Zonder telefoon, zonder internet, zonder andere mensen om hem heen.

Dat was geen onverdeeld prettige ervaring. Hij beschrijft de ontwenningsverschijnselen, de eerste paar dagen, en de paniek die hem van tijd tot tijd overvalt. Maar daarna volgt een nieuwe waardering voor de wereld om hem heen. Als hij op de laatste ochtend wakker wordt, luistert hij minutenlang naar het geluid van de tikkende regen. ‘De meeste mensen die ik ken, staren op dit moment waarschijnlijk naar hun telefoon’, schrijft Harris. ‘De leegheid van het moment na het wakker worden moet direct worden opgevuld. Maar als je even in die leegheid blijft hangen, gebeurt er iets.’

We hebben nog liever pijn dan dat we alleen zijn met onze gedachten

Terug naar mijn stille bamboehutje in Thailand. Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik – net als Harris – uiteindelijk de rust in mijn kop vond om vijf dagen ‘samen met mezelf’ te zijn. Dat ik ‘s ochtends wakker werd en minutenlang rustig lag te luisteren naar het getjilp van de vogels.

In werkelijkheid vond ik de gedachte aan al die dagen zonder wifi, zonder boeken en afleiding, angstaanjagend. In mijn honger naar prikkels boekte ik diezelfde dag nog een busrit naar een grotere stad, een paar uur verderop. In de bus haalde ik opgelucht adem. Het voelde alsof ik aan iets was ontsnapt. Aan mezelf ja, realiseer ik me achteraf. Misschien heb ik mezelf door weg te lopen van die jeukende eenzaamheid wel een aantal nieuwe inzichten ontzegd.

Die avond zat ik, terug in de bewoonde wereld, in mijn eentje in een restaurant te midden van tientallen lachende en pratende Thai een kom noedels weg te slurpen. En kwam evengoed tot een inzicht: ik was in dat restaurant niet meer of minder alleen dan in mijn bamboehutje. Het enige verschil was mijn gemoed. In het hutje was ik opgefokt, uit mijn doen. In het restaurant was ik ontspannen, in mijn element.

Met die laatste versie van mezelf spendeer ik mijn tijd het liefst. En dan mag de wifi af en toe best even haperen.