Wat ‘ghosting’ zegt over de moderne romantiek

Héb je leuk contact op een datingapp, hoor je ineens niets meer. Het overkomt journalist Gijs van der Sanden meer dan eens – en andersom ghost hij ook vaak genoeg . Met terugwerkende kracht voelt hij zich er ongemakkelijk bij.

Pling! Mijn telefoon licht op. ‘Gefeliciteerd. Je hebt een nieuwe match!’ staat er op mijn scherm. Zoals altijd als Tinder me een melding stuurt, kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Ik laat mijn werk voor wat het is en open de app. Ik zie het vriendelijke gezicht van een goed uitziende jongeman. T. is 34, heeft een lieve lach en kuiltjes in zijn wangen. Aan zijn foto’s te zien houdt hij van honden, tropische stranden en uitgaan. Hoewel ik meer een kattenmens ben, kan ik me best in zijn interesses vinden. Wie houdt er niet van tropische stranden?

T. spreekt me vrij snel aan. ‘Ha Gijs, leuke foto’s! Heb je een fijne dag?’ Ik antwoord dat ik aan het werk ben, maar dat hij me met zijn leuke foto’s uit mijn concentratie haalt. We flirten een beetje. Als ik na wat berichtjes heen en weer vraag wat voor baan hij heeft, antwoordt hij: ‘Ik ben manager bij een callcenter.’

Laat ik vooropstellen: ik kijk niet neer op mensen die werken in een callcenter. Als student heb ik er heel wat uren doorgebracht met een headset op mijn hoofd om mijn studiefinanciering aan te vullen. Toch knap ik op T. af. Mijn toekomstige partner – zo heb ik klaarblijkelijk in mijn hoofd – heeft een spannender beroep.

Ik ga verder met mijn werk. ‘Ben je er nog?’ probeert hij een paar uur later. Het knaagt een beetje aan me, maar ik vind het te veel gedoe hem uit te leggen dat ik zijn beroep niet sexy vind. Liever vermijd ik die confrontatie. Ik kies voor de makkelijke uitweg: ik besluit geen antwoord meer te geven.

Verdwijnen
Dit is een betrekkelijk onschuldig voorbeeld van wat in datingtermen ‘ghosting’ heet. De term circuleert op internet en werd vorig jaar aan het Amerikaanse Merriam-Webster’s woordenboek toegevoegd. Vrij vertaald betekent het: ‘Het fenomeen waarbij het contact tussen twee mensen – vaak van romantische aard – abrupt wordt verbroken, zonder tekst en uitleg’. Degene op wie je een oogje had, verdwijnt ineens als een schim in het niets.

Ik noem het voorbeeld van T. onschuldig, want hoewel het nogal onbeschoft van me is hem geen bericht terug meer te sturen, wordt het pijnlijker als je al een date (of twee, of drie) met iemand achter de rug hebt. Dat is ghosting in zijn meest vileine vorm.

Het overkwam me onlangs nog. Na een – dacht ik zelf – best leuk afspraakje, reageerde een jongen ineens niet meer op mijn berichtjes. Als hij had gezegd dat het hem niet zo goed uitkwam, had ik dat even jammer gevonden, maar ik had er prima mee kunnen leven. Nu vervulde het me met twijfel: had ik iets doms gezegd die avond? Zat er spinazie tussen mijn tanden? Was hij gewoonweg niet geïnteresseerd? Wie geghost wordt, blijft eindeloos gissen.

Voor alle duidelijkheid: ghosting als fenomeen is van alle tijden. De liefde die tot een abrupt, onverwacht einde komt is een geliefd thema in de kunst, muziek en literatuur. De Amerikaanse jazzzanger Nat King Cole zong in 1954 al vol wanhoop: Answer me / Oh, my love / Just what sin have I been guilty of / Tell me how I came to lose your love.

Wat wél nieuw lijkt te zijn, is de schaal waarop het gebeurt. Met de opkomst van datingapps is elkaar van de ene op de andere dag negeren makkelijker geworden. Typ op Google voor de grap eens in: I’ve been ghosted. Je vindt een eindeloze hoeveelheid zelfhulpartikelen en ervaringsverhalen, allemaal verschenen in de afgelopen twee, drie jaar.

‘Wie geghost wordt, blijft gissen. Heb ik iets doms gezegd?’

Cijfers over ghosting zijn moeilijk te vinden. Alleen de datingwebsite Plenty Of Fish, populair in Canada en het Verenigd Koninkrijk, heeft er onderzoek naar gedaan. Op basis van een vragenlijst voorgelegd aan 800 gebruikers stelt de site dat 78 procent van hen minstens één keer is ‘geghost’. Ook uit een korte rondgang bij mijn vrienden blijkt: iedereen die ooit actief heeft gedatet heeft wel een ghostingverhaal.

Het stomme is: ondanks dat ik weet dat dit lafhartige negeren nogal slecht is voor je zelfvertrouwen, maak ik me er evengoed schuldig aan. Scrollend door mijn Whatsapplijst concludeer ik dat ik meerdere gesprekken met jongens niet netjes heb afgerond. Ook als we een afspraakje hadden gehad. ‘Wanneer gaan we weer een biertje te drinken?’ vroeg iemand me in een bericht. Ik zweeg in zeven talen. Kennelijk was ik met mijn hoofd alweer ergens anders en had ik de ballen niet om dat te zeggen. Ik voel me er met terugwerkende kracht ongemakkelijk bij.

Ongemak
,,Dat ongemak moet je niet kwijtraken”, zegt filosoof Jan Drost als ik hem bel om van gedachten te wisselen. ,,Daarin schuilt het besef dat je te maken hebt met mensen van vlees en bloed, met gevoelens en verlangens.” Drost heeft zich gespecialiseerd in de filosofie van de liefde en schreef daarover de boeken Het romantisch misverstand en Als de liefde voorbij is.

,,Datingapps bieden geweldige kansen. Ik ben zelf al op meerdere Tinder-huwelijken geweest”, zegt Drost. Ze hebben volgens hem ook een andere kant. ,,De meeste datingapps zijn vormgegeven als een catalogus. Je bladert van foto naar foto en let alleen op oppervlakkige kenmerken. Dat lokt consumptief gedrag uit, waarbij je alleen maar bezig bent met de vraag: wat wil ik? Dan is de stap om iemand ineens te negeren niet meer zo groot.”

De vele kansen die voortkomen uit datingapps leiden tot veel vluchtige contacten. ,,Als je een duurzame relatie wilt opbouwen, is het belangrijk dat je je uitsluitend op die ene persoon richt”, zegt Drost. ,,Daten vereist aandacht en concentratie. Je kunt ook niet naar twintig televisieschermen tegelijkertijd kijken. En dat is het venijnige van apps als Tinder. Die fluisteren voortdurend in je oor: weet je het zeker? Er is altijd wel iemand knapper, interessanter of spannender.”

Je zou bij een veelbelovend contact direct oogkleppen moeten opdoen, zegt Drost. Even niet meer om je heen kijken. ,,Iemand wordt pas écht leuk na meerdere ontmoetingen. Vaak krijgen mensen die kans niet, want er komt zo weer iemand anders voorbij.” Aan het einde van ons gesprek vraagt Drost: waarom zit je eigenlijk op al die apps?

Kansen vergroten
Goeie vraag. Voor het grootste deel doden ze de tijd, denk ik. Als ik op de tram wacht, pak ik Tinder erbij om haast gedachteloos naar links of rechts te vegen. Dat heeft weinig te maken met een zoektocht naar liefde. Dat verklaart wellicht waarom het merendeel van mijn matches nooit leidt tot een gesprek. ‘Let’s match and not talk to each other’, zag ik laatst in iemands Tinder-bio staan.

Aandacht speelt ook mee. Het is nooit vervelend als iemand je aanspreekt en zegt dat je er goed uitziet. De apps geven je zelfvertrouwen een boost. Al is het omgekeerde ook waar: als iemand niet meer reageert nadat je een paar foto’s van jezelf hebt gestuurd is dat pijnlijk.

En tot slot is er de romantische gedachte van: wie weet. Wie weet kom je via zo’n app een bijzonder iemand tegen. Iemand die alle datingapps overbodig maakt. Het overkwam meerdere mensen in mijn omgeving. Door actief te zijn op datingapps, heb ik het idee dat ik de kans vergroot ‘de liefde’ te vinden.

Maar is dat zo? Socioloog Jitse Schuurmans, onlangs gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam, heeft veel onderzoek gedaan naar de invloed van datingapps. Volgens hem spreken we opvallend weinig af via deze apps.

,,Uit mijn onderzoek blijkt dat mensen gemiddeld een volle werkweek op een app doorbrengen voordat ze één persoon ontmoeten”, zegt Schuurmans. Gemiddeld hebben Tinderaars met 2,32 medegebruikers seks gehad. Een aanzienlijk deel van die seksuele escapades (25 procent) leverde een vaste relatie op. Let wel, dit geldt voor de heteroseksuele relaties.

Volgens Schuurmans zijn datingapps vooral een uitkomst voor mensen die niet zo snel potentiële partners tegen zouden komen. ,,Denk aan homoseksuelen in een afgelegen dorp. Of oudere mensen die er niet meer zo snel op uittrekken.”

,,Anders wordt het voor mensen zoals jij”, zegt Schuurmans. ,,Als dertiger en stadsbewoner kom jij waarschijnlijk genoeg potentiële partners tegen in je sociale leven. Als je erg actief bent op datingapps bestaat het risico dat je alleen maar naar je scherm aan het staren bent. Dan lijkt het alsof je je kansen vergroot, maar in wezen trek je jezelf terug.”

Interessant is volgens Schuurmans ook hoe datingapps onze ervaring van de ruimte beïnvloeden. ,,Vroeger ging je naar een bar om potentiële partners te ontmoeten, nu open je een app en zie je op hoeveel meter afstand er medegebruikers online zijn. Daarmee wordt de openbare ruimte een soort jachtgrond, vergelijkbaar met Pokémon Go.”

Trofeeën
Daten als een spelletje. De woorden van Schuurmans blijven hangen. Niet toevallig heb ik Tinder op mijn telefoon opgeslagen onder het mapje ‘games’. Dat gebeurde ooit per ongeluk, maar toen ik het doorkreeg vond ik het wel passend. Zo ver van de waarheid ligt het niet. Met vrienden wissel ik geregeld foto’s uit van mensen met wie we contact hebben, alsof het trofeeën zijn. En als Tinder me een melding stuurt dat ik een match heb, voelt het alsof ik punten heb gescoord.

Datingapps hebben zelf vaak ook een spelelement ingebouwd. De app Happn voegde vorig jaar een nieuwe functie toe: CrushTime. Je krijgt vier foto’s te zien van medegebruikers. Aan jou de taak te raden wie van de vier een ‘crush’ op je heeft. Best vermakelijk (en erg verslavend) maar het maakt de ander nóg meer tot een abstractie, een eendimensionale verzameling van pixels, waarbij je vergeet – als je niet oppast – dat er achter die foto een persoon schuilgaat met een complex gevoelsleven. In zo’n omgeving kan het knap lastig zijn de menselijke maat te behouden.

‘Niet toevallig heb ik Tinder opgeslagen bij games. Zo ver van de waarheid ligt dat niet’

En dat terwijl de zoektocht naar liefde niets is om lichtzinnig mee om te gaan. Volgens psycholoog Marcelino Lopez – auteur van het binnenkort te verschijnen Liefdesgedoe, over moderne romantiek – voelen veel mensen zich in de liefde het meest onzeker en kwetsbaar. ,,Als je date, neem je een risico: je riskeert afwijzing”, aldus Lopez.

In zijn praktijk hoort hij regelmatig verhalen van mensen die enthousiast terugkwamen van een date, waarbij ze intimiteiten hadden uitgewisseld over hun liefdesleven, om daarna nooit meer wat van die ander te horen. ,,Ik ken mensen die na een paar van die ervaringen, stopten met online daten. In elk geval tijdelijk”, zegt hij. ,,Het werd te pijnlijk.”

Volgens Lopez zit er vaak geen kwade opzet achter dat plotselinge negeren. ,,Ik vermoed dat veel ghosters niet weten wat ze willen. Ze zijn stiekem verliefd op iemand anders, ze zijn nog niet over hun ex heen. In die verwarring zijn ze vaak meer met hun eigen welzijn bezig dan met dat van de ander. Hoe moeilijk ook, het is de kunst om ghosting niet al te persoonlijk te nemen.”

Lopez heeft een simpel advies: als je tijd in elkaar hebt geïnvesteerd en je wilt het erbij laten, is het wel zo beschaafd het goed af te sluiten. ,,Het geeft de ander mentale rust. Je date kan met opgeheven hoofd zijn of haar aandacht op de volgende richten”, aldus de psycholoog.

Het is mij ineens zonneklaar. Ik wil niet onbeschoft zijn. Ik denk aan T. met die lieve kuiltjes in zijn wangen. Goed, ik heb hem weliswaar alleen online gesproken, maar toch vond ik het bruut hem achteloos te negeren. Ik besluit Lopez’ advies ter harte te nemen en T. uit te leggen dat ik toch iets anders in iemand zoek. Maar ik krijg de kans niet meer. T. is nergens meer in mijn Tinder-lijst te bekennen. Dat kan twee dingen betekenen: of hij heeft Tinder verwijderd of hij heeft me meedogenloos geblokkeerd.

Ik geef hem geen ongelijk.